Daguitstap naar Gravelines met bezoek aan scheepswerf van een 17de eeuws slagschip en aan het Jan Bartmuseum 


Wanneer: Vrijdag 7 juni 2024

Locatie en uur van vertrek:  verzamelen om 8.15 u. op de P&R Steenbrugge (einde Baron Ruzettelaan)

Prijs: 75 euro (inbegrepen bezoek aan site Tourville, middagmaal en bezoek aan een lokaal museum)

Middagmaal: in Gravelines (Grevelingen), hoofdschotel zalmfilet of Vlaamse stoverij, keuze bekendmaken bij de inschrijving. 

Terug thuis rond 19.30u. 

Inschrijvenfreddy.clevers@telenet.be  of 050/33 96 79


Bezoek aan de werf

In Normandië, op 04 juni 1692, was er een zeeslag bij Saint-Vaast-La-Hougue. De  betrokken partijen waren Fransen en  Engelsen bijgestaan door Nederlanders.  Tot in 1987-’89 was de plaats  waar  vijf slagschipwrakken  van  de  vloot van  de  Franse  admiraal  Tourville op de zeebodem  moesten liggen, nog  onbekend. Dat moest ergens  voor de haven van  Saint-Vaast zijn.  Het was  daar dat maritiem  archeoloog Christian  Cardin op  aangeven van een  visser de  scheepswrakken wist te lokaliseren.

 

De dienst DRASSM ging daarop sonderingen uitvoeren bij die wrakken. Een schat aan nieuwe informatie over het leven aan boord was het resultaat, én heel belangrijk gaf het hun ook ontbrekende gegevens over de afmetingen van dergelijke 17de -eeuwse slagschepen. In 1992 werd op het eiland Tatihou, voor Saint-Vaast, een historisch museum geopend dat deze archeologische vondsten bewaart en tentoonstelt. Daar was Christian Cardin actief.

 

Bij hem broedde de gedachte om met alle aanvullende gegevens die hij daar verzamelde ooit een schip te kunnen bouwen zoals die ten tijde van de Franse Zonnekoning. Hij zat niet stil. De scheepswerf kwam er ondertussen. Een in hun opzet passend maritieme locatie werd gevonden in Gravelines. De werfleider werd Christian Cardin. In 2002 is begonnen met het leggen van de kiel van ‘een’ slagschip zoals die gebouwd werden in de zeventiende eeuw.

 

Nu, na 20 jaar bouwen, krijgt het schip al duidelijk zijn vorm. Het skelet ervan is het halverwege voorbij. Men kan er in het schip gaan om te zien hoe de bouw vordert. Dat is wat wij met jullie willen delen: op een scheepswerf je laten verrassen en zelf zien hoe indrukwekkend zo’n eikenhouten constructie wel is. Ongetwijfeld zul je, met weinig verbeelding nodig kunnen ervaren dat je een grote worp terug in de tijd beleeft. Het bezoek houdt meer in dan die aan het schip. Er zijn informatieve gebouwen waar eerst op video een Nederlandstalige inleiding gegeven wordt. We krijgen Nederlandstalige begeleiding.

 

Wie weet maken we kennis met Jean-Eduard die de werfleiding van zijn vader Christian Cardin overnam. We komen de site binnen door een gelagzaal, als in een schip. Hier kan tijdens het middagmaal hun eigen bier geproefd en een schotel genoten worden met ter plaatse gerookte zalm en kabeljauw, net zoals dat voor de scheepsbouwers op hun werf ooit was.  ‘s Namiddags komt direct aansluitend nòg een bezoek. Laat je ook door deze aangenaam verrassen!

▲ Dit is de huidige toestand van het slagschip tot aan de waterlijn. Het schip moet  nog twee verdiepingen hoger opgebouwd worden. De bestuursleden lijken wel dwergen. Foto Robert Van Nevel.

Bezoek aan het Jan Bart museum

Wij kennen de romantische verhalen over de kaper Jan Bart, (Jan Baert)  ook bekend onder de Franse naam Jean Bart, geboren te Duinkerke 1650 en er overleden in 1702. Hij slaagde erin om zo maar 386 schepen te kapen. Er was een verbond tussen de Fransen en Nederlanders (Verenigde Provinciën) om Engeland in zijn macht te beperken. Onze Jan Bart was Nederlandstalig. Zijn carrière begon als twaalfjarige knaap op het schip “Vette Varken”” en later op het vlaggenschip “De Zeven Provinciën” met als kapitein Michiel De Ruyter.Hij kwam echter in dienst van  de Fransen. In Frankrijk was er grote hongersnood en een Frans konvooi met graan uit Scandinavië was door de Hollandse vloot gestolen. Jan Bart kon deze schepen opnieuw na een bittere strijd naar Duinkerke brengen. De graanprijs in Frankrijk daalde en als dank werd hij door Lodewijk XIV tot ridder geslagen en benoemd tot bevelhebber van de Duinkerkse vloot. “De schrik van de Noordzee” kreeg een longontsteking en overleed in 1702 en werd begraven in de Sint-Elooiskerk in Duinkerke. Over hem gaat dit museum dus. (evc)