Uitstap tabaksmuseum in Wervik en de leerlooierij in Zulte


Wanneer: Vrijdag 22 mei 2026 

Vertrekplaats: K&R parking Steenbrugge om 8.15 uur, vertrek om 8.30 uur,

Terug rond 19.00 uur.

Deelnameprijs: 78 € voor leden Brugs Ommeland (bus, fooi chauffeur, bezoeken en middagmaal inbegrepen. Drank niet inbegrepen). Niet-leden 88 €, te betalen op BE 56 0013 3727 0288 op rekeningnummer van Brugs Ommeland.

Inschrijven noodzakelijk bij Freddy Clevers, freddy.clevers@telenet.be of 050 33 96 79

In de voormiddag bezoeken het totaal vernieuwde tabaksmuseum in Wervik dat meer plaats biedt voor de in de voorbije jaren uitgebreide collectie tabacalia.

Het museum was aanvankelijk ondergebracht in de ‘De Briekenmolen’ en de aanpalende molenaarswoning, maar te klein geworden. In 2000 sloot het museum om in juni 2003 te heropenen met toegevoegde en nieuwe opstelling in een volledig nieuw aanliggend gebouw.  Met alle moois en boeiends dat er getoond wordt verdient het ons  bezoek. We vernemen meer over roken, snuiven en sjieken. Een meester verteller en zijn collega zullen er onze gidsen zijn.

Foto: Robert Van Nevel


Middagmaal in herberg ‘In Den Grooten Moriaen’. Aansluitend op het museumbezoek gaan we de herberg in voor de traditionele picon (of cava), verse soep, warme beenhesp met groenten en aardappel in zijn velletje, afgerond met een geurige koffie plus een éclair of tompoes.


Spreker Jef Bogaert

Foto: Robert Van Nevel

In de namiddag staat een bezoek op het programma aan leerlooierij Altan in Zulte.

De eerder industrieel archeologische site die we bezoeken dateert van 1945. De oorsprong van het bedrijf ligt echter een stukje eerder: 1934, het jaar dat Adolf Lefevre voor eigen zaak begint te werken. Hij werkte daarvoor als meestergast in een grote leerlooierij. Voor eigen bedrijvigheid kocht hij een houten legerbarak, ene van aan het front van 1914-’18. Achter deze barak breidde hij zijn bedrijfje uit. Adolf kreeg drie dochters en een zoon, Romain was de jongste. Zijn kinderen werden bij het bedrijf betrokken. Barakken en aanbouwsels werden afgebroken om er nieuwe te bouwen; dat was dan al in de jaren veertig, de oorlogsjaren. In 1945 werd nog maar eens afgebroken en verhuisd naar de huidige locatie in de ‘Leerlooierijstraat’? Er werkten tot tien personeelsleden in de nieuwe looierij. Toen werd onder andere leder uit India gekleurd, grote partijen hondenleer verwerkt voor kleding en voor voering van schoenen.

Adolf was de grootvader van Johan die de zaak in derde generatie nog enigszins draaiende houdt. Tot op vandaag is er beperkte bedrijvigheid voor het looien van schapenhuiden én nieuw: struisvogelhuiden.
Er is echter méér. Daarover zal Johan zelf ons gedreven vertellen.
Na de rondleiding wordt het winkeltje voor ons opengesteld voor een klein aanbod van huiden, riemen, portefeuilles, handtassen en ‘goeie zeemvellen!’.
Na het bezoek genieten we in de gelagzaal voor bezoekers nog van koffie en taart, dat is in het huis van de baas, in Adolfs gewezen woning.